Digital Boeddhist Nomad
Al that is gold does not glitter
Not all those who wander are lost
The old that is strong does not wither
Deep roots are not reached by the frost
From the ashes a fire shall be woken
A light from the shadows shall spring
Renewed shall the blade that was broken
The crownless again shall be king
Put aside the ranger, become who you are born to be**
Misschien klinkt het als een wat vreemde titel. Een titel die drie kernwoorden over de richting van mijn leven geeft. Ieder voor zich hebben ze betekenis, samen zijn ze mijn transformatie.
“I undertook something that not everyone may undertake: I descended into the depths, I bored into the foundations.” (Morgenrood)
Kleine Adrie is een jongen die ter wereld komt in het huis van een begrafenisondernemer en de beheerder van de begraafplaats aan de Daalseweg in Nijmegen. In de woorden van mijn moeder is het koud die ochtend op 17 maart 1965 en is er geen electriciteit. Hij wordt geboren rond 6 uur in de ochtend tussen geleende kandelaars van het rouwcentrum dat zich in hetzelfde pand bevind. Later verdiep ik mij in het weer van die dag, het is slecht weer maar toch niet zo koud als in de herinnering van mijn moeder. Wellicht was het voor haar een koude ochtend. Ik ben het vijfde kind dat mijn ouders op de wereld zetten. Maar ook de eerste en laatste zo gewenste zoon. Net als het enig doodgeboren kind wat het totaal op zes brengt. Het huis heeft de vormen van een klein kasteel met uitzicht op de begraafplaats en een inpandig rouwcentrum. Samen met het ongelukkige huwelijk van mijn ouders staat het dus in het teken van de dood en destructie. In het huis is voor niemand van ons enige levenvreugde te ontdekken. Mijn ouders zijn blij met de door hen gewenste zoon ook al is het voor hen vrijwel onmogelijk hem geluk te schenken. Hun leven wordt beheerst door gebeurtenissen van de tweede wereldoorlog waar de dood prominent aanwezig was. En omdat mijn moeders derde kind, ook een jongen, dood wordt geboren neem ze zich voor haar levend geboren zoon te beschermen tegen alle gevaren buiten het gezin. Helaas niet tegen de gevaren binnen het gezin. De gevolgen van deze beslissing zijn groot. Tot aan zijn zeventiende levensjaar blijft het leven van Adrie in het teken staan van binnen blijven, geen vriendjes, geen buiten activiteiten of wat dan ook. Adrie is een geestig en spitsvondig kind dat al snel doorheeft dat ie binnen het huis voorzichtig moet opereren. Zijn moeder is er altijd maar nooit voor hem. Geen kleuterschool voor hem want hij is beter af thuis. Geen moeder als hij 's morgens op moet staan om naar school te gaan. Dat kan ie vast zelf wel. Geen zwemles via school want das gevaarlijk. En vooral geen geluid of mening in het gezin want ook dat blijkt erg gevaarlijk. De last van het verleden van vader en moederlaat hen als kat en hond leven. Elkaar naar het leven staan. Als zoon word ik geacht stil te zijn of partij te kiezen voor de een of ander. Niet een dag, niet een week maar 17 jaar lang. Spreken is dus gevaarlijk, iets zelf willen ook. Adrie besluit dat het veilig is zijn eigen wereld te bouwen. Een wereld van fantasie, later gevoed door boeken. Schrijven kan ook maar dan wel in geheimtaal. Te gevaarlijk om te lezen wat je schrijft. Mijn vader was weinig thuis, mijn moeder altijd. Ze heeft me verteld, keer op keer, hoe zwaar haar dit leven valt. En hoezeer ze zich opoffert voor haar kinderen. En dat het alleen maar goed afloopt als we, de kinderen, doen wat ze zegt. Adrie vindt dan dat het zijn taak is om voor zijn moeder te zorgen tegen het vooral verbale geweld van zijn vader. Zijn vader neemt hem mee soms naar het werk wat hij op begraafplaatsen doet. Maar ook mee naar de cafe's en minnaressen. Zijn vader vraagt hem uit, over dingen van zijn moeder. Adrie vertelt dingen en krijgt een goed gevoel want zijn vader is trots op hem! Thuisgekomen beseft hij dat hij niet voor zijn moeder gezorgd heeft. En belooft zichzelf dat hij beter zijn best zal doen. Ondanks het voornemen lukt het hem keer op keer niet en de schuld is geboren.
Meegaan met zijn vader is wel een bijzondere beleving. Al vanaf zevenjarige leeftijd leert Adrie de dood in al zijn facetten kennen. Mensen met verdriet om de overledene, het graven van het graf en het begraven van de overledenen. Het opgraven van doden om te verplaatsen of te bestelen. Alle ontbindingsstadia van een dode trekken in de loop van zijn jeugdige jaren voorbij aan zijn ogen. Ondertussen speelt hij veel op de aanwezige grafstenen op het kerkhof. Bedenkend wie die mensen zouden zijn en zich steeds meer realiserend dat hij ook ooit onder een dergelijke steen zou liggen. Waarschijnlijk heel snel. Want zijn moeder was altijd wel duidelijk: Adrie zou niet oud worden. Ze had in haar jeugd al ervaren tijdens de oorlog dat jonge broertjes doodgingen. En zelf had ze ook een jongen dood gebaard. Adrie was wat verder gekomen maar oud zou hij niet worden. Dat wist Adrie en dus leefde hij van de gratie van God. Steeds weer verzocht hij hem een in de toekomst liggende gebeurtenis nog mee te mogen maken. Dan was zijn leven wel af. Zo zijn er tientallen gebeurtenissen geweest die hij mee mocht maken tot hij op een dag wel begreep dat hij toch niet snel zou sterven. Tenminste zo leek het. Lastig bleef het wel want zijn moeder wist hem toch ook veel te vertellen over ziekten en ongelukken die je kon overkomen.
Ondertussen woedde de oorlog voort tussen zijn vader en moeder. Dag en nacht. Altijd moest men bedacht zijn op een uitbarsting. En daar ontwikkelde Adrie een strategie voor. Wat nu als je gewoon 's nachts niet ging slapen? Dan hoorde hij zijn zijn vader van ver al scheldend aankomen. Dat kon hij zich voorbereiden op wat komen ging. Week in week uit, jaar in jaar uit. Het ging ook weleens mis. Dan viel hij in slaap. Hoe groot was dan de schrik als zijn vader hem wekte in beschonken en agressieve toestand. En dan moest hij mee, mee om aan te horen hoe slecht zijn moeder wel niet was. Midden in de nacht. Met een moeder die fluisterde: 'zeg maar ja, wees maar stil'. Jaar in jaar uit. Gelukkig waren er ook tijden waarvan je vooraf wist dat het zo zou gaan: alle feestdagen en verjaardagen waren goed te voorspellen. Slechts een keer durfde Adrie zijn tierende vader tegen te spreken toen hij al 12 was. Dat was niet zo verstandig: in alle rust maakte zijn vader hem duidelijk dat hij dat niet moest doen omdat hij het dan misschien niet zou overleven. Boodschap begrepen.
Na zijn zeventiende ging Adrie zijn leven buiten het gezin leiden. Een leven waar hij zeer oplettend was op wat hem zou kunnen overkomen. Een leven waarin je voor anderen moest zorgen maar veiligheidshalve zichzelf niet mocht laten zien. Stapje voor stapje leerde hij hoe je eigenlijk tanden moest poetsen, dat het best fijn is om regelmatig te douchen, dat er een tandarts bestaat die je tanden weer wit kan maken, dat er mensen zijn die om je geven en die ook graag willen voelen dat jij om hen geeft. Stap voor stap ging dat beter. Maar kleine Adrie hield zich verborgen. Je weet maar nooit en iedere dag kan de laatste zijn.
Tot ik gisterenavond plotseling dat kleinejongetje zag staan. Een jongetje met een een te korte broek, ongekamd haar, gele tanden en een trieste blik in zijn ogen. Maar ook een moedig jongetje dat me durfde te zeggen dat ik zelf de sleutel in handen heb om mijn schuld op te heffen. Om mezelf te vergeven en te stoppen mezelf pijn te doen. Ik heb mijn armen uitgestoken en hem aan mijn hart gedrukt. We hebben samen intens gehuild. Samen gaan we verder de toekomst in. Onze toekomst, zonder schuld. Wij kunnen het onze vader en moeder vergeven. Het is goed zo.
Over angst en loslaten
Ik heb me afgevraagd waarom ik er zo lang over doe om weer volledig actie gericht te zijn. Gezocht naar het onderliggende proces en of ik dat kan begrijpen. Dat heeft tot een aantal inzichten geleid die ik opgeschreven heb. De kern ligt in mijn jeugd maar ik heb in mijn leven wel stappen gezet om me te onttrekken aan de gevolgen daarvan. Dat is in fases gegaan. Waar ik, als ik er nu op terugkijk, best trots op mag zijn.
Over angst
In mijn jeugd kwam angst van 2 kanten. Dat wil zeggen van buiten naar binnen en van binnen naar buiten. Mijn vader boezemde fysieke angst in. Zijn onvoorspelbare gedrag en zijn verbale woede ondersteunt met fysieke gebaren maakte dat ik geleerd heb om mijn omgeving te scannen op gevaar. Gedrag van anderen te scannen op dreiging. Strategieën ontwikkelen om veilig te blijven. Mijn vader bracht angst van buiten naar binnen.
Mijn moeder bracht de angst voor mezelf in. En cultiveerde de angst die mijn vader teweeg bracht. Als in zeg en doe maar niets. Mijn moeders eigen verleden en de daarbij opgelopen trauma's hebben ertoe geleid dat ze erg gefocust was op ziekte en dood. Een doodgeboren jongetje was de aanleiding mij te zien als een jongen die ook niet sterk was en niet oud zou worden. Me daardoor in te perken in mijn vrijheid en tegelijk me te verwaarlozen omdat ze het niet op kon brengen zorg voor me te hebben. Het heeft bij mij geleid tot iemand die geen vertrouwen in zichzelf had en geen durf had om te handelen in de buitenwereld. Die toch al gevaarlijk was.
Een ingewikkeld elixer van angst heb ik meegekregen. Gevaarlijk zelfs omdat het lijkt alsof er geen enkele uitweg was. Want waar moet je heen als de angst van twee kanten komt?
Het is nu ruim 37 jaar geleden dat ik mijn ouderlijk huis verlaten heb. Aan de reis begonnen ben naar beter dan ik gewend was. De eerste stappen waren lastig. De buitenruimte was te groot om te behappen. Met regelmaat had ik last van hyperventilatie. Ik begon een opleiding aan de sociale academie die ik na 3 maanden afbrak. Ik durfde nadat ik aangenomen was niet naar binnen bij de academie in Den Bosch. Geen enkele keer.
Mijn lichaam was in allerlei opzichten verwaarloosd. Ik heb geleerd met regelmaat voor mezelf te zorgen, mijn tanden kunnen laten repareren. En gaandeweg ook enige waarde kunnen hechten aan hoe ik me kleedde. Het zijn maar voorbeelden.
En dan het allermoeilijkste. Je wordt gevormd door wat je van jongs af aan meemaakt. Hoewel die vorming niet definitief hoeft te zijn is het verdomde moeilijk daar een andere richting aan te geven. Want wat is het fundament dan? Weet je dan waarheen te bewegen? Ken je je doel? Herken je wat je basis is geweest?
Toch heb ik me de afgelopen tijd gerealiseerd dat het me meerdere malen gelukt is los te breken uit situaties die op het oog geen uitzicht meer boden.
Om redenen die ik niet meer terug kan halen heb ik besloten dat ik niet meer in mijn ouderlijk huis wilde blijven. Waarom ik weg wilde wist ik wel. Niet waarom juist op dat moment. Ik besloot dat ik weg ging lopen en wel zover mogelijk. Ik was 16 jaar oud, bijna 17. Gedreven door angst, niet zeker hoe dat af zou lopen. Ik was nog nooit zoiets aangegaan. Maar ik heb het gedaan. Heb zelfs mijn vader daarna getrotseerd die wilde dat ik weer thuis kwam. Niet gedaan. Het was het begin van mijn eerste leerschool. Hoe zorg ik voor mezelf, zowel fysiek als emotioneel? Hoe ga ik om met andere mensen? Wat is liefde? Het was mijn eerste en misschien wel grootste transformatie. Het eenzame en geïsoleerde kind trok de wereld in. En leerde veel met vallen en opstaan over mezelf in relatie tot anderen. En hoe daar mee om te gaan. Maar mezelf helemaal geven deed ik niet. Ik bleef wantrouwend naar andermans bedoelingen. En bleef wantrouwend naar wie ik zelf was en wat ik zou kunnen. Het was mijn eerste transformatie.
De tweede transformatie diende zich aan bij het overlijden van mijn ouders. Daar waar ik mijn eerste transformatie leerde voor mezelf te zorgen en relaties aan te gaan met andere mensen was het gebruiken van mijn talenten en intieme relaties aan kunnen gaan nog niet aan bod gekomen. Ik heb voor het eerst betaald werk gevonden in deze periode (33 was ik) mijn rijbewijs gehaald, een relatie aangegaan waar ook kinderen uit voort kwamen. Ik hoorde erbij. Bij de burgerklasse. Ik verdiende al veel geld, we konden een huis kopen en hadden een grote auto. En ik was niet gelukkig. En begreep toen nog niet waarom niet.
De derde transformatie begon in 2007. Op snelweg A12 richting Arnhem draaide ineens het beeld zich om. De weg bevond zich boven mij. Slechts kort gelukkig. Anders had ik het niet overleefd. Het bleek het begin van een burn out. 42 was ik toen. Met alle eerdere transformaties had ik me vooral aan de buitenkant weten aan te passen. Al knap op zich. Maar hier borrelde mijn innerlijke zelf op. Wie ben ik en wat wil ik zijn? Het heeft geleid tot een echtscheiding. In tegenstelling tot eerdere veranderingen had ik nu echt iets te verliezen: mijn kinderen. Dat bracht iets nieuws in: schuld en schaamte.
Over loslaten
Loslaten is niet eenvoudig. Het vraagt van je dat je ondanks ervaren schuld, leed of anderszins toch doorgaat met het blik op de toekomst. Ik zit nu midden in mijn 4e transformatie. De moeilijkste van allemaal. Want ik moet datgene wat ik liefheb loslaten. Het verleden is wat het is geweest. Maar de toekomst is onbestemd. En ik weet wat ik moet zijn. Wat ik wil zijn.
Ik heb te lang vastgehouden aan het oude.
Het verhaal van de hopi indianen ken ik al een paar jaar. Nu pas kan ik het op waarde schatten:
Here is a river flowing now very fast. It is so great and swift that there are those who will be afraid, who will try to hold on to the shore. They are being torn apart and will suffer greatly.
Know that the river has its destination. The elders say we must let go of the shore. Push off into the middle of the river, and keep our heads above the water.
And I say see who is there with you and celebrate. At this time in history, we are to take nothing seriously, least of all ourselves, for the moment we do, our spiritual growth and journey come to a halt.
The time of the lone wolf is over. Gather yourselves. Banish the word struggle from your attitude and vocabulary. All that we do must be done in a sacred manner and in celebration. For we are the ones we have been waiting for.
(Input: adversity omzetten in goud: hoe je van je obstakels kansen maakt. Voorbeelden benoemen.
Subscribe to my newsletter to get the latest updates and news